|
|
Anoniempje
Valentijnsdag is mijn ding
niet. Niet omdat het bedacht zou zijn door de PTT, floristen of chocolatiers of
omdat je de godganselijke dag wordt doodgegooid met deprimerende zwijmelmuziek.
Zelfs niet omdat je je als single bijna verplicht eenzaam moet voelen op
Valentijnsdag. Niets van dat alles. Mijn afkeer is meer van frustrerende aard;
ik ben er gewoon niet goed in. Wat zijn toch in vredesnaam de
Valentijnsetiquettes? Nou goed, bij het vriendje
daarop besloot ik mijn leven te beteren. Na urenlang surfen, vond ik eindelijk
een geinig valentijnskaartje zonder tranentrekkende gedichten of klinkende
liefdesverklaringen. Spannende hint erop en hup, versturen maar. Ik verkneukelde
me al op zijn ongetwijfeld gevatte reply, verschoonde m’n lakens maar eens en
zette in gedachten de champagne al koud. Maar niets. Het bleef stil. Je zou toch
denken dat een journalist niet gauw om een woord verlegen zit, en dat
demonstreerde hij toch ook dagelijks in doorgaans ellenlange e-mails en
eindeloze gesprekken. Maar uitgerekend vandaag zweeg hij in alle talen. Koele
kikker als ik ben, besloot ik me niet te laten kennen. Valentijn? Ken ik niet.
M’n vriendje al net zo min. Helaas gooide iemand roet in
het eten. Iemand zeg ik, want tot op de dag van vandaag weet ik niet wie. Er zat
namelijk een enorme anonieme valentijnskaart in mijn brievenbus. ‘You sexy
thang’, zei een dansend figuur van een onbestemde diersoort op de voorkant van
het gewraakte poststuk. "Hmm, verkeerd bezorgd", dacht ik ietwat
teleurgesteld en bekeek de envelop nog eens goed. Vreemd, dat was toch echt mijn
naam, alternatieve spelling of niet. Na het openslaan van de kaart was het beest
wat gekalmeerd en verklaarde blozend dat hij stapeldol op me was en dat ie
alleen nog maar aan mij kon denken. "’t Is echt", had de irritanteling er
zelf nog onder geschreven, zonder even de moeite te nemen het gedrocht te
ondertekenen. Mijn speurderskwaliteiten
vertelden mij dat de afzender wel eens Brabants kon zijn. Daar hebben ze er een
handje van om belangrijke woorden weg te laten namelijk.
In gedachten screende ik al mijn Brabantse vrienden, kennissen,
collega’s en exen op probability, tot ik bedacht dat ie wel eens van m’n
vriendje kon zijn. Toch maar ff bellen dan. De kaart was niet van hem.
Hogelijk beledigd verklaarde ik hem de oorlog, tot hij uit de doeken deed dat
hij nou eenmaal niet goed met dat soort dingen kon omgaan en dat ie daarom niks
had laten horen. Slap excuus misschien, maar ik begreep ‘m. Of misschien was
ik gewoon met mijn gedachten ergens anders, ergens in Brabant ofzo. Want wie zou
dat ding dan wel gestuurd hebben? Misschien was het wel die
lekkere man uit de trein, of die leuke fotograaf. Of zou het mijn ex zijn
geweest, of die smakeloze klefbek van kantoor? Tsja, er is immers geen
selectieprocedure voor wie er wat mag sturen. Misschien hield iemand me wel voor
de gek, zou ook niet de eerste keer zijn tenslotte. In theorie waren er
mogelijkheden te over, maar wat nu? Ik kon moeilijk lukraak wat mensen gaan
vragen of ze wellicht stapelverliefd op me waren. Enigszins gefrustreerd besloot
ik dus maar af te wachten. Iemand stuurt zo’n gigantische kaart toch niet voor
niets? Maar ik vergiste me. Een jaar later weet ik nog niet welke randdebiel het
in z’n hoofd haalde om mij een kaart te sturen. En voor z’n eigen veiligheid
kan ie dat beter zo laten ook! Al met al heb ik Valentijnsdag dus maar afgezworen. Weg ermee. Ben toch single en heb voorlopig geen enkele intentie daar verandering in aan te brengen. Geen geflirt vlak voor de 14e, geen hints en geen gestress. Ik heb niks gestuurd en wil ook niks ontvangen. Da’s wel zo duidelijk. In plaats daarvan ga ik me vandaag maar eens bezighouden met m’n administratie. M’n brievenbus puilt al twee weken uit van de rekeningen, hoog tijd om ‘m eens te legen. En wie weet, vind ik tussen al die blauwe enveloppen nog wel een rode...
|
|
|