|
|
Ik zie, ik zie wat jij niet ziet…
De nieuwe vriendin
van mijn moeder ‘ziet’ dingen. Geesten, welteverstaan. En dat niet alleen,
ze communiceert ook met ze, ziet deuren verschijnen en ruikt of je gedachten wel
rein zijn. Nu moet ze dit natuurlijk helemaal zelf weten. Het is dankbaar voer
voor gespreksstof op feesten en partijen en nuchter als ik ben, neem ik alles
toch wel met een zak zout. Tot ze me vanmiddag bij de koffie meldde dat er een
vent in m’n keuken stond. Wat zeg je? Een lekker
ding dan toch hopelijk? Onwillekeurig gleed mijn blik onderzoekend over mijn
keukenkastjes, de gootsteen, de kanariegele muren en dito vloer. Niets. Lacherig
vroeg ik nog of ie misschien mijn afwas kwam doen, maar dat leek haar sterk.
Toch jammer. Toen ze als klap op de vuurpijl ook beweerde dat er nóg twee
geesten ronddwaalden in mijn appartement - waarvan er één achter mijn moeder
stond - was mijn acceptatiegrens wel zo ongeveer bereikt. Dat het beste mens
citroenen ruikt als ik onreine gedachten heb, is tot daar aan toe. Scheelt weer
in de schoonmaakmiddelen, denk ik dan maar. Maar waarom zouden in hemelsnaam
drie wildvreemden op hun dooie gemak (letterlijk!) maar een beetje rondhangen in
mijn huis? Okay, ik kan er op z’n tijd ook wel van genieten als ik zie hoe
Patty zich met moeite in een spijkerbroek wurmt, hoe hulpeloos Frans blijkt te
zijn als z’n vrouw van huis is en hoe snel mannen hun liefje vergeten als ze
op een eiland vol geile vrouwen worden gedropt. Maar zouden geesten zich ook
verlagen tot dergelijke voyeuristische neigingen? En zoja, wat valt er nou te
zien in mijn huis? Argwaan overviel me,
toen ik eindelijk weer alleen thuis was. Of... was ik wel alleen? Opeens leek
alles verdacht. Vanmorgen nog werd ik wakker doordat de stofzuiger opeens
aanstond in de woonkamer. Slaapdronken heb ik ‘m uitgedaan en m’n katten
verweten dat ze op z’n minst hadden kunnen stofzuigen als ze toch zo onhandig
waren geweest om op de aan-knop te springen. Ik vond al dat ze me zo onschuldig
aankeken. En wat dacht je van vorig weekend, toen ik wilde gaan koken en het
vuur van het gasfornuis tot mijn schrik al aan bleek te staan. Brrrr! Omdat ik ooit eens had
gehoord dat katten de doden kunnen zien, mocht mijn (zwarte) kat eerst even mijn
toilet inspecteren voor ik me erin waagde. Voor de verandering ging de deur
stevig op slot. Alsof dat een geest zou kunnen tegenhouden. Maar terwijl ik me
op het toilet zat af te vragen of er misschien een vies oud mannetje naar mijn
blote kont zat te staren, realiseerde ik me dat ik me belachelijk aan het
gedragen was. ‘Eerst zien, dan geloven’ was altijd mijn motto. Precies de
reden voor mijn atheïstische bestaan. En als het ontstaan van de wereld
wetenschappelijk te verklaren valt, dan zal dat met het zien van geesten toch
ook wel zo zijn? Zoals altijd bood de
computer weer uitkomst. Op bijna onverklaarbare wijze maakte mijn laptop contact
met een computer in Amerika - duizenden kilometers verderop, en bracht een tekst
op mijn scherm. Een wetenschappelijk onderzoek gepubliceerd in de National
Enquirer, waaruit bleek dat een hoog dopaminegehalte in de hersenen
verantwoordelijk kan zijn voor het zien van paranormale verschijnselen, zoals
bijvoorbeeld geesten. Ha! I
love it when I’m right. Nog beter is dat ik het verhaal niet hoef te
geloven, zonder dat ik daarmee de vriendin van mijn moeder gelijk tot leugenaar
of nutcase bestempel. Ze heeft slechts een overdosis aan dopamine in haar hoofd!
Hmm, die hou ik erin. Opgelucht neem ik mijn
comfortabele maar verre van flatteuze houding weer aan achter de computer.
Heerlijk, ik kan weer helemaal mezelf zijn, in m’n nakie rondlopen en
ongegeneerd in m’n neus peuteren. Niemand die het ziet! Voor de grap roep ik
nog even hardop: "Wegwezen, ik moet geen geesten in m’n huis!" "Oh, en doe de
groeten aan oma." Je weet tenslotte maar nooit... |
|
|